De medewerker met burn-out is een topsporter

Gedurende lange tijd heeft deze medewerker gepresteerd op de top van zijn of haar kunnen. Misschien was het niet bewust, maar het leven deze medewerker draaide een flink poos om trainen en presteren en deed dat met een flinke dosis discipline en wilskracht. Er zijn in die tijd flink wat PR's gesneuveld en als er een podium was geweest, dan had deze medewerker er zeker op gestaan met een glimmende medaille om de nek. Maar de gebroken records zijn vermoedelijk niet eens echt opgemerkt. Misschien zijn er zelfs aanmoedigingen geweest om nog een beetje beter te presteren. De natuurlijke drang van de topsporter is 'niet opgeven, de competitie aangaan en alles geven om beter te worden'. 

 

Maar helaas, de beloning blijkt geen medaille te zijn. Na verloop van tijd wordt functioneren al moeilijk, laat staan dat er nog een klein beetje opgeschakeld kan worden. De energie is er uit, de koek is op. Dit zijn de kenmerken van een topsporter die overtraind is. En het zijn precies dezelfde kenmerken van een medewerker die overspannen is of een burn-out heeft. 

 

Wat doet een trainer met zo'n topsporter?

Die stelt alles in het werk voor herstel. Fysiek herstel. Net als overtraind zijn een fysiek probleem is, zo is een burn-out dat in eerste instantie ook. Dat er persoonlijkheidscomponenten meespelen, valt niet te ontkennen. Je wordt immers niet zo maar een topsporter. Maar in de eerste weken is fysiek herstel dus de belangrijkste prioriteit. Een medewerker met overspannendheidsklachten of een burn-out moet dus ook tijd krijgen om aan zijn of haar fysiek herstel te werken.

 

Hoe doe je dat?

Dat hangt wel af van de ernst van de situatie. In grote lijnen wordt het volgende geadviseerd aan eenieder die overspannenheidsklachten heeft:

  • Het belangrijkste wat je dan te doen staat is lummelen. Niks doen. En met niks doen, bedoel ik ook echt niks doen. Een spannend boek lezen, Netflixen, de schuur opruimen of de zolderverdieping opknappen zijn geen activiteiten die tot rust leiden. Het zijn activiteiten waarbij je in meer of mindere mate wel gefocust moet zijn en dus je aandacht er bij moet houden. Lummelen dus. Niks doen.
  • Daarnaast, en dat is zo mogelijk nog belangrijker, veel en goed slapen. Ga op tijd naar bed, doe eventueel een middagdutje. Zorg voor een gezond slaapritme. En in de ochtend niet te vroeg uit bed en start de dag met opstarten. Neem de tijd om op gang te komen.
  • Moet je dan hele dagen niks doen? Nee, een andere verstandige activiteit is wandelen. Niet stevig doorstappen en flinke afstanden afleggen, maar kwalitatief wandelen. In de tuin werken, tekenen of muziek maken kan ook.
  • Staan er veel to-do's op je lijstje? Begin dan maar met schrappen of vraag anderen wat van je over te nemen. Kijk eens dus goed naar je prioriteiten, schrap er een aantal en zet je gezondheid maar bovenaan. 
  • Gezonde voeding. Omdat je lichaam onder stress simpelweg vraagt om koolhydraten en vetten, zijn we geneigd ongezonder te gaan eten als we overspannendheid ervaren. En dat is nu uitgerekend niet wat je moet doen. Zorg dat je gezond en verstandig eet. Je lijf zal je er dankbaar voor zijn.
  • Is je telefoon je beste vriend? Dan is het ook verstandig om deze vriendschap een poosje op een laag pitje te zetten. E-mails, social media en spelletjes doen eigenlijk hetzelfde met je. Ze voeden je stresssysteem op een onwenselijke manier. 

 

Wil je tips om te voorkomen dat je overspannen (of overtraind) raakt, kijk dan eens naar dit filmpje van de Universiteit van Nederland.

 

Mental breakdown?

Je dacht misschien dat een burn-out vooral een mentaal probleem is. Dat wordt het uiteindelijk wel. Chronische stress zorgt onbalans, ook in ons brein. Je logisch redeneervermogen neemt af, je emotiecentrum neemt de regie over en bepaalt je gedrag. Somberheid ligt op de loer. Het wordt dus een mentaal probleem. Natuurlijk ligt er vaak ook een andere oorzaak aan ten grondslag. De eigenschappen die de medewerker met burn-out gemeen heeft met de topsporter. Daarom is het goed om met deze medewerker ook te kijken naar gedrag. Maar niet voordat hij of zij zich weer wat beter voelt.